Monaco

In Cannes dachten we dat we alle rijken der aarde al hadden gezien, maar er zijn er meer. Op naar Monte Carlo. Het Monaco van de Grimaldi’s. De tocht er heen is onwaarschijnlijk mooi. Dwars door de Alpen is het uitzicht adembenemend. In Monaco is in de parkeergarage al te merken dat hier iedere centimeter duur is. Zo krap heb ik het nog nooit meegemaakt. Zo’n centimeter kost dan ook meer dan 250 euro. Ik zag tenminste een studio te koop staan bij een makelaar van 45 vierkante meter (net zo groot als onze woonkamer!) tegen de som van € 1.150.000,=. In dat opzicht is de binnenstad van Amsterdam weer spotgoedkoop. De bootjes zijn ook iets groter dan in Cannes, maar dat kan toeval zijn. Ook daar even de prijzen van nagekeken in de etalage van de makelaar. Een kleiner motorjacht, best wel leuk, kost toch gauw 4 a 5 miljoen euro. Maar geen nood als je dat niet even liquide hebt. Je kunt ook huren. Voor € 300.000,00 per week kom je al een heel end!

Schuimparty

Iedere maandagavond is er op de camping een welkomst party voor de nieuwe gasten. De disco schettert het geluid over de camping en de bij ieder liedje bijbehorende dansjes worden door een overjarige puber met foute bril en dito pet voor gedaan. De jeugd en enkele ouders doen hem braaf na. Het hoogtepunt van de avond is iedere maandag echter het schuimkanon. Dat is geen iets te groot uitgevallen bellenblaasapparaat, maar een kanon. Alle kids (en sommige ouders die nog jong willen zijn) komen onder een dikke laag schuim terecht. Wat zich daaronder allemaal afspeelt weet ik niet, maar is vast onschuldig. Om elf uur is het over en wacht het kampvuur.

Lezen….

De favoriete bezigheid van veel mensen tijdens de vakantie en ook van mij. Lezen. Deze vakantie begonnen met een hele dikke pil met de titel “de honderdjarige oorlog”. Een geschiedschrijving over de vorige eeuw. Indrukwekkend en een aanrader voor iedereen die geïnteresseerd is in achtergronden van alle conflicten in die bloedige twintigste eeuw. Fleur en Truus lezen “Haar naam was Sarah” en is al even indrukwekkend als ik ze tegen elkaar hoor vertellen over het boek. “Een kleine geschiedenis van Amsterdam” van Geert Mak is een mooie opwarmer voor mijn volgende job, maar ook bijzonder leerzaam. En ook dan ontbreekt de oorlog niet. Je zou er bijna pessimistisch van worden…..
Tijdens het fietsen denk ik niet meer aan wat ik gelezen heb. Ik denk bijna nergens aan. Eigenlijk maar aan één ding. Hoe kom ik bij de volgende haarspeldbocht en hoeveel zullen er nog volgen. Wat doet een mens zich aan om zich zo uit te sloven om met een gangetje van 10 kilometer per uur zich omhoog te worstelen. Het dalen geeft wederom de voldoening, maar is ook angstaanjagend. Met bijna 60 kilometer per uur race ik naar beneden en moet vol in de remmen voor een splitsing. Shit. Lekke band. De allereerste keer. Onhandig als ik ben weet ik toch vrij snel een reserveband er omheen te leggen. Alleen het oppompen met zo’n verdomd Frans ventiel lukt niet goed. Als de band bijna hard is raak ik het ventiel even verkeerd aan en is de band weer leeg. De wespen om me heen maken het me niet gemakkelijker. Opnieuw pompen en ik neem genoegen met een driekwart opgepompte binnenband en vervolg de afdaling. Het risico van weer opnieuw met pompen te moeten beginnen bij meer dan dertig graden neem ik niet. De afdaling is met een niet geheel harde band levensgevaarlijk en ik zwabbber in de bochten alle kanten op. Dus toch maar weer een poging om te pompen ondernomen en wederom levert dat een totaal lege band op in plaats van dat deze harder wordt. Een auto stopt en een ouder Frans paar biedt hulp. Ik zeg dat ik het wel red…..Niet dus. Stommeling. Een tweede auto stopt. Een ouder Duits paar dit keer. Hilfe? Graag! Hij rommelt wat met de pomp en heeft binnen een mum van tijd de band keihard. Ik schaam me voor zoveel technische domheid. Ik vraag hem naar zijn geheim bij het pompen? ‘Douzement, douzement”. Met de mond wagenwijd open vervolg ik afdaling en beklimming en maak bijna 65 kilometer vol. Met de tip van de Duitser in mijn hoofd: kalm aan.

Valensole

Over de hele wereld wordt het gebruikt en 80 procent van die wereldproduktie komt uit Valensole. Lavendel. Een prachtig plateau op ongeveer 700 meter hoogte met nagenoeg alleen maar paarse velden met die heerlijke geur. Naast paars natuurlijk ook het geel van de zonnebloemen. Schitterend.

Op de terugweg reden we langs de Gorges en bij een stop ontdekte we een wandelroute zonder tunnels. Die staat dus op het programma voor de komende week.

Na een aantal dagen vanaf een meter of tien elkaar inschattend is de toenadering een feit. Het buurmeisje op de camping, Demie, net zo oud als Fleur, hebben contact. Samen naar het kampvuur. Ook in Frankrijk lopen horloges blijkbaar na middernacht veel langzamer. Over passende strafmaatregelen moet nog worden nagedacht…….